vrijdag 17 oktober 2014

Muziek

Hallo allemaal, onder dit label zul je alle opdrachten die ik gemaakt heb voor het vak Muziek kunnen vinden.


Luisteropdracht.

Voor muziek moest ik een luisteropdracht maken. Ik heb het muziek stuk: Sarabande van Handel uitgekozen om mijn luisteropdracht over te maken. De opdracht is gemaakt via het stappenplan.


https://www.youtube.com/results?search_query=handel+sarabande

1.       Luister naar het muziekstuk dat je wilt gebruiken en focus inhoudelijk op de diverse kwaliteitscriteria.
      Klank:  Het ritme in de muziek blijft het hele muziekstuk ongeveer gelijk.
Ook het tempo blijft ongeveer het zelfde, soms loopt het iets op maar                         
over het gehele stuk blijft het tempo rustig en gelijkmatig.
Ook de melodie is een rustige, gelijkmatige melodie, wel zit er veel verschil in toonhoogtes.
In het stuk is veel harmonie te horen ook spelen verschillende instrumenten bepaalde stukken samen, hierdoor versterken ze elkaar.
Vorm: In het stuk komt veel herhaling voor, meerdere melodieën worden meerdere malen herhaald. Tussen de herhaling door word er wel gevarieerd, ook in de instrumenten word er gevarieerd.De compositievorm die gebruikt word in het stuk is de rondovorm, dit omdat bepaalde stukken steeds terugkomen, als een soort refrein.
Betekenis: Uit dit muziekstuk kan iedereen zijn eigen betekenis halen, het roept bij iedereen andere gevoelens op, zo heeft het voor mij niet veel betekenis. Ik had het stuk nog niet eerder gehoord en het herinnert mij niet ergens aan. Wel word ik door het muziekstuk ontspannen, het geeft mij een rustgevend gevoel.

2.       Vraag je af hoe kinderen luisteren en wat je de kinderen kunt laten ontdekken met dit muziekstuk.
     Ik denk dat de meeste kinderen als ze dit muziekstuk horen het in eerste instantie saai zullen vinden, de kinderen worden in deze tijd overspoelt met drukke popmuziek, en waarschijnlijk luisteren ze dat meer en liever als klassieke muziek. Ook denk ik wel dat er kinderen zullen zijn die misschien van huis uit wel klassieke muziek gewend zijn en hier wel van kunnen genieten of dat er kinderen zijn voor wie ontspannend werkt en rust geeft. Ik kan de kinderen laten ontdekken dat de muziek niet saai is door ze luisteropdrachten te geven, zoals Wat valt je op aan het stuk? Hoeveel instrumenten hoor je?

3.    Bepaal welke opdrachten je wilt koppelen aan het stuk.
     De opdracht die ik met de kinderen wil doen is eerst goed luisteren naar de muziek, wat hoor je? Daarna ga ik met de kinderen de muziek analyseren. Ik stel eerst vragen als: Wat valt je op  aan het stuk? Welke verschillende instrumenten hoor je? Hoor je veel herhaling in de muziek? Zo ja, welke stukken? Hoor je veel verschillende melodieen? Hoor je veel verschil in tempo? Wat vind je van deze muziek en wat doet het met je? Daarna geef ik ieder kind een leeg A4-papier en kleurpotloden. Ik zet het muziekstuk aan en geef de kinderen de opdracht iets te tekenen wat bij hen opkomt als ze naar de muziek luisteren.

4.     Beschrijf wat de kinderen doen.
     Door de kinderen te laten luisteren en vragen te laten beantwoorden over de muziek, zijn de kinderen aan het luisteren en aan het analyseren. Door de tekenopdracht laat ik de kinderen creëren.

5.      Kies een didactische werkvorm voor de activiteit.
     De didactische werkvorm die ik gebruik is noteren, ik stel gesloten vragen over de vorm en klank. En ik stel open vragen, bijvoorbeeld wat het stuk voor de kinderen betekend. Verder laat ik de kinderen een tekening maken bij de muziek, dit hoort ook bij noteren.

6.     Bekijk of je gebruik kunt maken van coöperatief leren.
     Ik kan gebruik maken van coöperatief leren door de kinderen in plaats van zelfstandig, in tweetallen een tekening te laten maken, zodat ze moeten samenwerken. Ook kan ik bijvoorbeeld de vragen die ik stel in groepjes laten beantwoorden.

7.     Zorg voor een verrassende opening van de opdracht.
      Als opening laat ik de kinderen eerst een stukje van een bekend popliedje horen, en daarna een stukje van het muziekstuk: Handel- Sarabande, ik vraag de kinderen welk muziekstuk hen het meeste aanspreekt en waarom. Daarna leg ik de kinderen uit dat ook klassieke muziek leuk en mooi kan zijn en begin ik met de opdracht.


8.     Bepaal hoe je de opdracht wilt nabespreken.
     Ik wil de opdracht nabespreken door willekeurig een aantal tekeningen van een aantal kinderen uit te kiezen en deze met de klas te bespreken. Niet op de schoonheid van de tekening maar vooral waarom de leerling dit precies bij deze muziek getekend heeft. Waar de tekening op gebaseerd is. En dan wil ik met de rest van de groep bespreken of wat zij getekend hadden overeenkomt met de tekening die we bespreken, of dat zij totaal iets anders in gedachten hadden bij de muziek en waarom.

9.    Laat een willekeurig iemand anders dezelfde opdracht doen. Bekijk of je de  opdracht moet aanpassen. Bespreek je bevindingen met de ander.

10.   Pas naar aanleiding van je bevindingen de opdracht eventueel aan.

Maroesja Kool heeft feedback gegeven op mijn luisteropdracht:
Ik vond dat je de opdracht goed had uitgewerkt en alle aspecten van een luisteropdracht zaten erin. Als je leerlingen vragen stelt moet je zelf wel het antwoord erbij weten. Welke muziekinstrumenten hoorde je? Dit is een vraag die je stelde, maar het is handig dat je deze ook voor jezelf opschrijft. Daarnaast bestempel je meteen het muziekstuk met ‘saai’ terwijl je het zelf had uitgekozen. Misschien kan je het juist ‘leuk’ maken om de les zo te maken, dat jij het ook leuk zou vinden. Zo weet je ook of de leerlingen het leuk gaan vinden en niet saai. Daarnaast heb je heel goed de werkvormen uitgelegd alleen hoort creatief er niet ook bij? Ze maken toch een tekening? Tenslotte vond ik je opening heel erg leuk maar als je weet dat veel leerlingen de popmuziek leuk vind moet je wel goeie tegenargumenten betekenen voor de klassieke muziek. Als ik kijk naar het resultaat vind ik het goed uitgevoerd. Je hebt zelf de grafische partituur getekend en je hebt goed geluisterd naar de muziek. Daarnaast is de opbouw in je verhaal helder en duidelijk. Je hebt de stappen op chronologische wijze uitgevoerd. Ik hoop dat je deze les ook in de klas gaat uitvoeren.
Feedback van : Maroesja Kool
Aan: Danelle Kroon

Grafische partituur.

Ook heb ik een grafische partituur gemaakt. Ik heb dit gedaan bij een deel van het muziekstuk Spring, van Vivaldi. De link naar het muziek fragment kunt u hier vinden.
( de partituur is gemaakt vanaf 1.34-2.00)

https://www.youtube.com/watch?v=l-dYNttdgl0





Lied aanleren.

Verder heb ik nog een lesvoorbereiding gemaakt over hoe ik de kinderen een lied aan ga leren. Het lied dat ik aan ga leren is 'de droomboom'. Ik heb deze voorbereiding gemaakt aan de hand van een lesvoorbereidingsformulier.


LESVOORBEREIDINGSFORMULIER


NAAM STUDENT
Danelle Kroon
STUDENTNUMMER
1673858


KLAS
1C
STAGESCHOOL
KBS de Toermalijn


STAGEBEGELEIDER
Fiona Kersten
STAGEGROEP
6


DATUM
1-11-2014
VAK / ONDERWERP
Muziek


VOORBEREIDING
Omcirkelen:       Dit is een  leerkracht/ gedeeltelijk leerkracht-gedeeltelijk leerling/  leerling gestuurde les.
                          Dit is een zelfontworpen /  methode / combinatie les.
DOELEN VOOR DE LEERLINGEN
DOEL(EN)
+ Welk type doel; kennis en inzicht, vaardigheid of attitude gerelateerd?
+ Wat moet deze les opleveren (product, specifiek en meetbaar)?
+ Welk gedrag wil ik oproepen/ wat moeten de ll tijdens de les oefenen of ervaren (procesdoel)?

Het is een vaardigheidsdoel

Aan het einde van de les kunnen de kinderen zelfstandig het liedje ‘de droomboom’ uit hun hoofd zingen.

De leerling en moeten oefenen met het aanleren van een liedje,  maar ze moeten vooral plezier beleven aan het maken van muziek (het zingen in  dit geval)
LESSPECIFIEKE BEGINSITUATIE
KENNIS / VAARDIGHEDEN
+ Wat weten en/of kunnen de leerlingen al?
+ Van welke vakspecifieke theorie, didactiek, leerlijnen maak ik gebruik?

De leerlingen hebben al vaker kinderliedjes aangeleerd, maar dit liedje kennen ze nog geen van allen.
Ik gebruik de weggeef methode om het liedje aan te leren.
ONDERWIJSBEHOEFTEN
+ Wat zijn de pedagogische en didactische onderwijsbehoeften van de groep?
+Indien van toepassing: Wat zijn specifieke individuele onderwijsbehoeften?

Plezier
Ontspanning
Liedkennis

X
BELEVING
+ Op welke ervaringen kan ik aansluiten?
+ Actualiteit (leefwereld)
+ Betrokkenheid
Ik kan aansluiten op dromen van de kinderen zelf, iedereen droomt wel eens en dit gebeurd ook in het liedje.
MATERIALEN
MATERIALEN
+ Wat moet ik klaarleggen, welke leermiddelen gebruik ik?
+ Op welke manier laat ik de materialen de lesinhoud ondersteunen.
+ Welke methoden, bronnen gebruik ik. (APA)?

Voor de kinderen leg ik niets klaar, zelf zorg ik dat ik het liedje voor me heb voor de tekst.
X

Ik gebruik het boek ‘Eigen-wijs’ voor het liedje.
LESOPBOUW

TIJD
-- Min
ACTIVITEIT
Wat doe ik? Wat doen de leerlingen?
Vorm
ISK
INLEIDING
+ Verwachtingen / doelen duidelijk maken

5 min
Ik begin met het vragen aan de kinderen of ze wel eens dromen, ik vraag een paar kinderen een droom te vertellen die ze zich herinneren. Dan vertel ik dat ik hen een liedje ga aanleren over een droom.

S
KERN
Houd rekening met:
LESSTOF
+ Welke informatie komt aan bod, in welke volgorde en aan wie?
+ Hoe maak ik de lesstof toegankelijk en overzichtelijk?
+ Welke vragen stel ik en aan wie?
+ Heb ik goed voor ogen wat ik met deze les wil bereiken?
+ Pendelen tussen leerstof, leerling en leefwereld.
WERKVORMEN
+ Welke werkvormen kies ik en voor wie?
+ Hoe zorg ik voor voldoende variatie in werkvormen?
BEGELEIDING
+ Welke positieve kenmerken zijn er en hoe speel ik daar op in?
+ Hoe speel ik in op onderwijsbehoeften?
+ Hoe cluster ik de kinderen in groepen.
+ Hoe stimuleer ik de motivatie van leerlingen?
+ Hoe geef ik feedback aan leerlingen?
GROEPS
MANAGEMENT
+ Wat kan ik al voorzien en hoe reageer ik daarop
+ Beurtverdeling
+ Pakken en opruimen materialen
+ Regels, afspraken


20 min

Ik zing het eerste couplet van het liedje ‘de droomboom’ eerst zelf een keer helemaal voor. Dan vraag ik aan de leerlingen of ze gehoord hebben wat er aan het hoogste takje van de boom hangt: een gebakje. Deze zin zing ik nog een keer en schrijf hem dan op het bord: Want aan het hoogste takje, daar groeit een klein gebakje. Daarna zing ik het liedje nog een keer zelf. Daarna vraag ik de zin die op het bord staat te zingen terwijl ik de rest zing. Dit herhaal ik zo nodig nog een keer. Daarna vraag ik de kinderen de laatste zin ook te zingen: Krak, boem naast m’n bed. Ik zing de melodie nog een keer voor. En dan weer het hele liedje, de kinderen zingen de zin: Want aan het hoogste takje, daar groeit een klein gebakje en ze zingen het laatste stukje. Daarna vraag ik de kinderen het refrein helemaal te zingen. Ik zing de eerste twee regels. Zij de derde, ik de vierde, en zij het refrein. Daarna vraag ik ze ook de vierde regel zelf te zingen. Ik zing de eerste twee regels en zij de rest. Waar nodig zing ik zelf mee voor ondersteuning. Als laatste vraag ik de kinderen ook de eerste twee regels te zingen. En dit herhaal ik tot ze het zelfstandig uit hun hoofd kunnen zingen.


S
KLAAR / NIET KLAAR
+ Wat kan een leerling doen als hij klaar / niet klaar is?





De les is klassikaal en de leerlingen hoeven niets in te leveren en zijn allemaal tegelijk klaar.








AFSLUITING
+ Hoe bespreek ik de les na?
+ Hoe controleer ik of leerlingen de doelen hebben bereikt?
+ Hoe evalueer ik de les met de leerlingen?
5 min
Ik vraag de kinderen of ze denken dat ze nu het liedje helemaal zelfstandig zouden kunnen zingen. Evt vraag ik iemand die het graag wil om het een keer te doen. Verder vraag ik welke zinnen lastig waren om te onthouden en of ze het een leuk liedje vonden om te leren.

OVERGANG
+ Hoe zorg ik voor een overgang naar de volgende les?

Iedereen blijft op zijn stoel zitten en er hoeft niets opgehaald te worden dus de overgang naar de volgende les is niet zo heel moeilijk.






Zie hier het door mijzelf ingezongen muziekfragment van het liedje 'de droomboom'.

Yeliz Yilmaz heeft feedback gegeven op mijn luisteropdracht:

Feedback van: Yeliz Yilmaz
Aan: Danelle Kroon
Over: LVF muziek
Je hebt een leuk liedje uitgekozen en je hebt de stappen goed uitgewerkt. Ook goed dat het aansluit bij de beleving van de kinderen, je vraagt ze naar hun dromen.
Wel denk ik dat je met de onderwijsbehoeften ''plezier'' en ''ontspanning'' meer had kunnen doen, zoals dat je ze rustig onderuit laat zakken op hun stoel en vraagt hun ogen te sluiten, bij het vertellen van hun droom. Dan komen ze een beetje tot rust en zijn ze mooi ontspannen voordat ze gaan zingen.
Het is goed dat je hun het liedje stapje voor stapje aanleert, zeker omdat ze het liedje nog niet kennen, is het belangrijk dat ze het goed onder de knie krijgen. Echter zullen er altijd kinderen zijn die iets sneller oppakken dan de andere kinderen, dus die zullen de tekst misschien na 1 keer meezingen al helemaal uit hun hoofd kennen. Wat doe je daar mee? Hoe reageer je er daar op? En hoe maak je het ook spannend voor de vlotte leerling?
Goed dat je op het eind vraagt of ze het liedje al helemaal uit hun hoofd kennen. Je geeft aan dat er ruimte is voor een leerling die het zelfstandig zou willen zingen. Misschien is het ook goed om de leerlingen erbij te betrekken die het wel zouden willen, maar niet durven of onzeker zijn. Dit kan je bijvoorbeeld doen door te vragen: wie zou het liedje willen zingen samen met een ander klasgenootje? Of met een groepje van 4?
Zo geef je die kinderen ook de kans, ondanks hun onzekerheid.
Je opbouw is in ieder geval erg duidelijk en de uitleg hoe je het de kinderen gaat aanleren, ook!

Als laatste heb ik feedback gegeven op de luisteropdracht voor muziek van Yeliz Yilmaz.

Je hebt niet helemaal het stappenplan uit 'Nieuw Geluid' gevolgd, wel zitten de meeste stappen erin. Je les zit inhoudelijk goed in elkaar, je geeft aan wat de kinderen moeten doen. Ik mis een beetje wat jij doet als juf. Begeleid jij ze bij het zingen? Laat je de kinderen het alleen leren? Welke stappen onderneem jij om ze het liedje aan te leren behalve het liedje te laten horen? Je omschrijft goed welke techniek je gebruikt, namelijk de meezingmethode. Ik mis een extra opdracht die je koppelt aan dit liedje, ook mis ik het coöperatief leren en een opening van de les. Maar de les zit wel duidelijk in elkaar, je hebt een leuk liedje uitgekozen en het is leuk dat er een dansje bij zit. Ook de uitleg van hoe je het liedje gaat aanleren is duidelijk. 

Beeldend

Welkom bij het vak Beeldende Vorming.

Hier kunt u alle opdrachten vinden die ik gemaakt heb bij het vak beeldende vorming.



Schilderopdracht.
Als eerste heb ik een schilderij gemaakt met het thema: stadspark in herfstsferen.

De voorbereidende opdracht hiervoor was het zoeken van 5 plaatjes van een park:






Ik ben begonnen met het paadje, daarna zie je dat ik aan de linkerkant ben begonnen met het tekenen van de ondergrond, ik ben begonnen met geel en daarna heb ik de schaduwen aangebracht door met rood door het geel heen te gaan. 



Daarna ben ik verder gegaan met bruin, ik heb hiervan de struik gemaakt en daarna de bomen. Daarna heb ik een beetje geel op de ondergrond gemaakt en weer rood gepakt om de schaduwen te maken bij de bomen. Ik heb dit gemengd met het gele.


Daarna heb ik de achtergrond verder afgemaakt met geel.

 

Als laatste heb ik de details aangebracht, bijvoorbeeld bij het paadje en ook heb ik een laagje over de bomen heen geschilderd omdat daar geel overheen was gekomen.




component
beschrijving
1
2
3
4
5
betekenis
Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt? Vertel daarbij ook welke associaties je hebt gehad bij het onderwerp.
Bij het thema stadspark in herfstsferen dacht ik aan mezelf, lopend op een paadje door een rustgevend en adembenemend mooi, herfstkleurig bos. Ook dacht ik gelijk aan de mooie kleuren die de herfst met zich mee brengt en die op mij werken als een ontspanning.



x


vorm
Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien? (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Ik heb in het schilderij vooral rekening gehouden met de kleuren. Ik vind bij het thema herfst de kleuren geel, oranje en rood goed passen. Deze heb ik verwerkt in het schilderij. Ik heb de grond als bedekt met bladeren geel gemaakt, verder heb ik de schaduwen gemaakt door te mengen met geel en rood om een donkere oranje/rode gloed te maken. Ik heb de lichtinval van een kant laten komen zodat de schaduwen allemaal dezelfde kant op vielen. Verder heb ik de bomen bruin gemaakt. Ik heb bewust deze kleuren gebruikt en geen andere kleuren erbij gedaan om zo de typische herfstkleur te creeeren. Alleen voor het paadje heb ik zwart en wit gebruikt. Verder heb ik een eenvoudige compositie gemaakt. Ik dacht aan een rustgevend paadje daarom heb ik slechts enkele bomen en struiken gemaakt om het geheel rustig te houden. Ook heb ik alleen eenvoudige vormen gebruikt.




x

materie
Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je een nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?
Ik heb gebruik gemaakt van verf en drie soorten kwasten. Ik heb een grote kwast gebruikt voor het grove werk, zoals de grond met de blaadjes,deze heb ik gestippeld door met de kwast op het blad te stempelen.  Verder heb ik een middelgrote kwast gebruikt voor de kleinere ruimtes die ik moest stippelen. En ik heb een klein dun kwastje gebruikt om de details toe te voegen. Verder heb ik een potje water gebruikt om mijn kwast schoon te maken maar ook om de verf een beetje uit te laten spreiden omdat de verf soms een beetje droog was. Ik vond deze materialen voldoende om een goed schilderij van te maken.



x

beschouwing
Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek? Geef aan waar je dat in het werk duidelijk terugziet (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Ik heb op google plaatjes opgezocht met het thema herfstpark. Hier stond een plaatje die precies voldeed aan wat ik voor mij zag bij een herfstpark. Bijna alle plaatjes die ik op het internet tegen kwam bij dit thema hebben goede informatie gegeven over de beeldaspecten. Je ziet bij bijna alle plaatjes dezelfde herfstkleuren langskomen, ook komt de compositie vaak overeen. Dit heb ik ook gebruikt in mijn schilderij. Door bij voorbeelden te zien dat het vooral bestaat uit verschillende kleine blaadjes dacht ik gelijk aan de techniek van het stippelen met de kwast, zo creeer je een grovere textuur wat meer op blaadjes lijkt als wanneer je met de kwast strijkt.


x


werkwijze
Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik heb wel eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt. Het is niet zo’n moeilijke techniek, ik denk dat bijna iedereen wel eens heeft geverfd in zijn leven en ook het stempelen is eenvoudig. Ik heb wel ontdekt dat het belangrijk is dat je kwast nat is, als je een droge kwast hebt, heb je meer verf nodig om te gebruiken en ook is het dan veel lastiger om strakke lijnen te verfen. Ook is het belangrijk dat je je kwast goed schoonmaakt als je een nieuwe kleur pakt.



x

onderzoek
Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?
Ik ben begonnen met het schilderen van het paadje, omdat ik wilde schilderen vanuit mijzelf, alsof ik zelf op dat paadje zou lopen en het paadje dus het middelpunt zou zijn. Daarna ben ik aan de linkerkant van het paadje begonnen, Ik ben begonnen met de grond, deze was geel daarna heb ik aan de hand van het plaatje de schaduwen gemaakt met rood. Daarna heb ik de struik gemaakt. Daarna ben ik aan de andere kant van het paadje begonnen en heb ik eerst de bomen geschilderd, daarna heb ik de ondergrond geel gestippeld en daarna de schaduwen bij de bomen gemaakt. Als laatste heb ik de overige delen met geel gestippeld. Ik kwam er achter dat ik achter af gezien beter eerst de achtergrond had kunnen doen. Doordat ik eerst de bomen had geschilderd was het lastig om de ruimte op te vullen  door met geel te stippelen omdat ik zo telkens over de boom heen ging. Daardoor moest ik op het einde de bomen nog een keer overschilderen.



x


eindoordeel:
3,5
Wat vind je geslaagd? Leg uit.



Ja ik vind de opdracht geslaagd omdat ik door middel van de kleuren een goed herfstgevoel heb gegeven en een rustgevend beeld van een herfstpark heb kunnen uitbeelden.

Wat kon beter? Waarom?


Misschien had ik er iets meer beeldaspecten bij kunnen doen zodat het beeld iets minder saai word.



Bij het maken van bovenstaande opdracht heb je beelden gebruikt als inspiratiebron. Geef van minimaal één door jou gebruikt beeld aan wat de functie is en beschrijf waarom je dat vindt.

beeld
functie(s)
beschrijving
Plaats hier de afbeelding van het beeld of verwijs naar het beeld dat ergens anders op je blog staat.
Ik heb dit beeld gebruikt als voorbeeld voor mijn schilderij.



Feedback op mijn schilderopdracht van Sanne-marije Rijn.

De betekenis die ik aflees van het schilderij is dat het in herfstsferen verkeerd. Dit was de opdracht en dit is goed overgebracht. De beeldaspecten kleur, ruimte en compositie zijn goed toegepast. Dat kan je zien aan dat de kleuren bruin, rood en geel zijn gebruikt en dat zijn de kleuren die bij herfst horen. Er zit ruimte in het schilderij, de bomen worden steeds kleiner en de weg wordt smaller, dit zorgt voor een 3D effect. Als laatst de compositie, de bomen en weg zijn op de goede plek geplaatst. De opdracht was om met plakkaatverf en een kwast te werken en dat heb je gedaan. Je ka zien dat er een afbeelding is gebruikt als inspiratie. Je kan dat zien in het beeld en proces doordat het schilderij op de afbeelding lijkt. Je zou meer variatie kunnen gebruiken qua techniek in je schilderij. De stempeltechniek is toegepast en dat komt duidelijk in het schilderij naar voren. Als ik naar je schilderij kijk is het weggetje dat achter de struiken verdwijnt een verassend element, omdat je dat niet vaak op schilderijen ziet. De bomen zijn een alledaags element, maar wat is een bos zonder bomen? Mijn tips voor je zijn om de volgende keer meer technieken in je schilderij te gebruiken en een ander verassend element te gebruiken. Mijn tops zijn dat je de goede kleuren hebt gebruikt en je een leuk verassend element hebt gebruikt door het weggetje te laten verdwijnen.



Animatiefilm.
Ook hebben wij een animatiefilm gemaakt met het thema: Feestportret. 

De voorbereidende opdracht hiervoor was: Zoek een aantal verschillende portretfoto's.






Voor het filmpje hebben we eerst een reeks aan foto's gemaakt. Deze hebben we in een filmpje achter elkaar gemonteerd en een bijpassend muziekje onder het filmpje gezet. Het hele filmpje stond in het thema feest.


Zacht masker.
Ook heb ik een zacht masker gemaakt in het thema: Narren, dwazen en halve zolen. Dit hebben we in tweetallen gedaan. Ik heb het samen gedaan met Sanne-marije Rijn.

De voorbereidende opdracht:
Narren, zotten en dwazen.
In mijn beleving zijn narren, zotten en dwazen allemaal gekke mensen. Een nar is volgens mij iemand die vroeger voor het amusement zorgde, een soort clown eigenlijk. Een zot is iemand die gek is en een dwaas is iemand die dom is. Het zijn allemaal gekke mensen die zorgen voor amusement. Zelf ga ik eigenlijk nooit verkleed, ik heb 1 keer een haas gespeelt in een toneelstukje op een basisschool. Ik had toen flaporen op mijn hoofd en mijn gezicht geschminkt als een haas met hazentanden en snorharen. Maar eigenlijk ben ik niet zo’n verkleedbeest. Ik heb ook nog nooit carnaval gevierd. Ik hou wel van een feestje en een beetje gekkigheid, maar ik heb nog nooit aan carnaval meegedaan.







Het masker:
We zijn begonnen met het maken van de vorm van het gezicht. Dit deden we door veel proppen papier te maken en deze aan elkaar te maken met lijm en daarna met stroken papier het aan elkaar vast te maken.
 

Daarna maakten we losse onderdelen vast aan het hoofd door ze met stroken vast te lijmen aan het hoofd. Hier hebben we de oren eraan gemaakt.

                                          Daarna ook de oogballen, mond en de neus.

Als laatste moesten we het gezicht een kleur geven, dit deden we door verschillende kleuren papier over het hoofd heen te smeren. We begonnen met een rode neus.
                          
                                  Daarna het gezicht geel en een rode mond.

Als laatste de oren groen en de ogen oranje met een blauw puntje en klaar was kees.


component
beschrijving
1
2
3
4
5
betekenis
Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt? Vertel daarbij ook welke associaties je hebt gehad bij het onderwerp.
Het thema van de opdracht was Narren, dwazen en halve zolen. Hierbij dacht ik er gelijk aan om een gek, expressief gezicht te maken. Ik dacht aan iets wat uit proporties was en wat er gek en grappig uitzag, iets waar je als je er naar kijkt, je er om  moet lachen. Dit heb ik verwerkt in het masker.






vorm
Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien? (eventueel detailfoto’s toevoegen).
We hebben vooral de vorm gebruikt, we hebben hele overdreven, buiten proportie grote onderdelen aan het gezicht toegevoegd, bijvoorbeeld de grote neuse en de grote flaporen. Hierdoor kreeg het gezicht een grappige uitstraling. Ook hebben we verschillende felle en niet bij elkaar passende kleuren gebruikt om zo een nog gekkere indruk te krijgen.






materie
Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je een nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?
We hebben gewerkt met kranten en lijm, door de kranten helemaal in te smeren met lijm en over elkaar heen te plakken kon je een masker maken en kon je ook verschillende onderdelen aan elkaar verbinden. Ik vond het leuk om te doen ook omdat ik het nog niet zo vaak gedaan had en het weer een keer wat anders is als tekenen of verfen. Ik had wel graag de kleuren gemaakt door te schilderen ipv door gekleurd papier te gebruiken omdat je met verf makkelijker details kan maken en netter kunt werken, maar dit was niet handig vanwege de tijd omdat het masker dan eerst zou moeten drogen.





beschouwing
Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek? Geef aan waar je dat in het werk duidelijk terugziet (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Eigenlijk hebben we niet gewerkt aan de hand van een foto, wel hebben de foto’s op de powerpointpresentatie van de docent ons tot een beeld gebracht van wat de opdracht uiteindelijk zou moeten worden maar we hebben geen beeld gemaakt wat op één van de afbeeldingen leek. We hebben eigenlijk gewoon zelf een masker in elkaar geknutseld zonder een voorbeeld te gebruiken.





werkwijze
Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik had wel eens eerder met deze techniek gewerkt. Maar dit was erg lang geleden, ik geloof toen ik nog op de basisschool zat. Ik heb er nieuw over ontdekt dat je vooral de stroken moet gebruiken om de verschillende onderdelen aan elkaar te verbinden en dat dit erg goed werkt. Ik vond het lastig om zware voorwerpen aan elkaar te verbinden omdat door de lijm het krant zacht word en zo het niet echt goed bleef zitten.





onderzoek
Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?
Ik ben begonnen met het maken van de vorm van het gezicht (zie foto 1) daarna hebben we de oren er aan vast gemaakt(zie foto 2)  Daarna hebben we de oogballen, de neus en de mond aan het gezicht vast geplakt.(zie foto 3) Daarna zijn we begonnen met het kleur geven aan de neus dmv rood papier(zie foto 4) Daarna zijn we de rest van het gezicht gaan beplakken met geel(zie foto 5) En als laatste hebben we ook de ogen en de oren kleur gegeven(zie foto 6)







eindoordeel:

Wat vind je geslaagd? Leg uit.


Ik vond het geslaagd dat de vormen goed uit gekomen zijn. We hebben overdreven vormen gebruikt dit maakte uiteindelijk een grappig geheel en ook de kleuren zijn daaraan ten goede gekomen.


Wat kon beter? Waarom?

x




Bij het maken van bovenstaande opdracht heb je beelden gebruikt als inspiratiebron. Geef van minimaal één door jou gebruikt beeld aan wat de functie is en beschrijf waarom je dat vindt.

beeld
functie(s)
beschrijving
Plaats hier de afbeelding van het beeld of verwijs naar het beeld dat ergens anders op je blog staat.
Dit is het eindresultaat




Ruimtelijke constructie.
We hebben in een drietal een ruimtelijke constructie gemaakt met het thema: de bozbezbozzel. Het was de bedoeling een nog niet bestaand dier te maken met elementen van verschillende dieren gecombineerd.

Ik ben begonnen met de kop van het dier. Terwijl de anderen begonnen met het lichaam. We hadden bedacht een soort drakenkop te maken. 

Nadat ik het hoofd uitgesneden had ben ik begonnen met de tanden, daarna heb ik een gleuf in de hals gemaakt zodat we het hoofd konden vastmaken aan het lijf, daarna heb ik sneeën in de hals gemaakt zodat ik daar wat versiersels op kon maken, zodat je een beetje een idee van schubben kreeg.

De anderen waren bezig met het lijf, we hadden gekozen voor een rond lijf en de poten moesten zo gemaakt worden dat het dier kon blijven staan. Daarom hebben we in het lijf gesneden en de poten er door heen geduwd. Ook is er een staart aan de achterkant van het lijf bevestigd.

Hier heb ik nog wat witte en zwarte schubben in de hals van het dier gemaakt.

Op het einde hebben we nog wat schubben in de achterkant van de hals van het dier geplaatst, daarna hebben we het dier in elkaar gezet en nog een eenhoorn toegevoegd.


Boetseren.
Ook heb ik een een boetseerwerk van klei gemaakt. Het moest staan in het thema: Monument der wachtende.


Als voorbereiding heb ik een aantal plaatjes gezocht van wachtende mensen. 



Ook heb ik hiervan een schets gemaakt. Dit deed ik met houtskool op een vel papier.

Dit is mijn uiteindelijke schets geworden.

Daarna ben ik begonnen met de vorm van het lichaam te boetseren. Dit heb ik gedaan uit een bestaande plak klei en de vorm heb ik er in gekneed.

Hier ben ik iets verder met het lichaam, er zijn armen, benen en voeten aan het lichaam toegevoegd.

Ook is het belangrijk dat het beeld geen platte figuur word maar een driedimensionaal kunstwerk, daarom heb ik wat meer menselijke vormen toegevoegd, ook aan de achterkant van het lijf. 

Ook aan de voorkant heb ik geprobeerd het iets realistischer te maken door meer vorm te geven aan de lichaamsbouw van de man.

Het eindresultaat:


component
beschrijving
1
2
3
4
5
betekenis
Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt? Vertel daarbij ook welke associaties je hebt gehad bij het onderwerp.
Toen ik de opdracht te horen kreeg kwam het beeld van een man, wachtend op de bus en kijkend op zijn horloge in mij naar boven. Ik krijg een soort zakenman in mijn hoofd die haast heeft, en een bus die te laat is. Deze gehaaste man, kijkend op zijn horloge heb ik geprobeerd na te boetseren.






vorm
Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien? (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Ik heb geprobeerd de man op zijn horloge te laten kijken door zijn arm naar voren te maken en zijn hoofd naar beneden te buigen richting de arm. Ook heb ik geprobeerd een gehaaste houding te boetseren. Verder heb ik geprobeerd goed de vormen van een lichaam te maken. Zo heb ik rondingen aangebracht aan het lichaam en bijvoorbeeld een T-shirt gemaakt.





materie
Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je een nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?
Ik heb gewerkt met klei. Ik vond het leuk om met klei te werken omdat het driedimensionaal is en omdat je het in alle vormen kunt kneden die je zelf wil. Wel vond ik de techniek lastig omdat je moet proberen vanuit een blok, een realistisch beeld te maken. Het is veel makkelijker om dingen, bijvoorbeeld armen eraan te plakken. Maar daar word het niet mooier van.





beschouwing
Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek? Geef aan waar je dat in het werk duidelijk terugziet (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Ik heb op google een plaatje opgezocht van een wachtende man. Hieruit kreeg ik een beetje een idee hoe ik een wachtende houding kon boetseren. Verder heb ik mijn eigen beeld van een man gebruikt om mannelijke vormen te laten uitkomen in het kunstwerk.





werkwijze
Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik heb al wel eens eerder met deze techniek gewerkt. Maar toen was het meer met vlakken en ik vond het best wel lastig om echt een realistisch mannetje te maken van klei, ook omdat het slapper was dan ik dacht en het daarom niet echt bleef staan en vaak slap werd.






onderzoek
Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?
Ik ben begonnen met het schetsen van hoe ik het beeld uiteindelijk wilde hebben.(foto 1) Daarna ben ik begonnen met een plak klei, en deze heb ik door te kneden gevormd als een mensen lichaam.(foto 2) Daarna heb ik aan het lichaam armen en benen toegevoegd(foto 3) Daarna heb ik geprobeerd mannelijke vormen te creeeren aan de achterkant van het lijf(foto 4) daarna heb ik dit ook gedaan aan de voorkant van het lijf en heb ik details in het gezicht aangebracht(foto 5) Daarna laatste afwerking- eindresultaat (foto 6,7,8)







eindoordeel:

Wat vind je geslaagd? Leg uit.



Ik vond dat de mannelijke vormen uiteindelijk goed naar voren zijn gekomen. Ook  vind ik dat je aan het beeld kunt zien dat de man een wachtende houding heeft.

Wat kon beter? Waarom?

Wat beter kon zijn de armen en de benen, deze zijn slap en niet heel realistische en gedetailleerd.




Bij het maken van bovenstaande opdracht heb je beelden gebruikt als inspiratiebron. Geef van minimaal één door jou gebruikt beeld aan wat de functie is en beschrijf waarom je dat vindt.

beeld
functie(s)
beschrijving
Plaats hier de afbeelding van het beeld of verwijs naar het beeld dat ergens anders op je blog staat.


Dit plaatje heb ik gebruikt voor mijn beeld. Ik heb het tweede poppetje van rechtsonder gebruikt als voorbeeld. 




Affiche.
Als laatste heb ik een affiche gemaakt met het thema: Jan en de Jugendstilposter.
Ik heb hierbij reclame gemaakt voor het merk: Andrelon

Als voorbereidende opdracht heb ik eerst wat plaatjes op internet opgezocht van Jugendstil.










Ik ben met mijn affiche begonnen bij de letters, dit heb ik in het paars gedaan omdat het merk andrelon vaak in het paars gepresenteerd word. Daarna heb ik het paarse wat uitgeveegd. Daarna ben ik begonnen met wat lijnen van het haar.

Vervolgens heb ik het haar bruin gemaakt, in twee verschillende kleuren bruin. Ik heb het daarna uitgeveegd met een papiertje.

Vervolgens ben ik begonnen met de bloem, ik begon met één roze lijn, daar deed ik er nog één omheen en vervolgens nog een gele in het midden.

Daarna ben ik het roze en het gele gaan uitvegen en heb ik nog wat extra organische vormen aangebracht rondom de bloem. Ook heb ik het haar wat dikker ingekleurd om wat meer volume te krijgen.

Als laatste heb ik ook de andere organische vormen een beetje uitgeveegd en daarna de lijnen weer geaccentueerd met krijt en verbonden aan de letters. Als laatste heb ik het haar nog een beetje uitgeveegd en geprobeerd het in de letters te laten verlopen.



component
beschrijving
1
2
3
4
5
betekenis
Geef aan op welke manier je de inhoud van de opdracht hebt verwerkt? Vertel daarbij ook welke associaties je hebt gehad bij het onderwerp.
Ik wilde een poster maken voor het merk Andrelon. Bij het merk andrelon zag ik gelijk mooi, lang, krullend haar voor me. Het was de bedoeling met organische vormen te werken dus ik wilde het lange krullende haar verwerken in mijn schilderij.






vorm
Leg aan de hand van je resultaat uit welke beeldaspecten je hebt toegepast. Waar in het werk is dat goed te zien? (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Ik heb organische vormen gebruikt in het haar, de krullende lijnen heb ik gemaakt in het haar omdat ik het mooi vond maar ook omdat het bij de opdracht paste. Verder heb ik andrelon aan elkaar geschreven en met een beetje sierlijke letters, dit ook omdat het paste bij de organische lijnen. Verder heb ik een bloem gemaakt om de ruimte op te vullen.






materie
Met welk materiaal heb je gewerkt? Wat vond je van het gebruik van dat materiaal? Had je een nog andere materialen of gereedschappen willen gebruiken en zo ja waarom?
Ik heb gewerkt met pastelkrijt, het leuke aan pastelkrijt is dat je het uit kunt vegen. Hierdoor kun je mooi, egaal gekleurde vlakken maken. Ook kun je goed accenten leggen door de krijt niet uit te vegen. Ik had niet graag met andere materialen willen werken omdat ik denk dat dat niet mooi is bij pastelkrijt.





beschouwing
Welke beelden heb je gebruikt om je te laten inspireren over het onderwerp? Welke beelden hebben je goede informatie gegeven over de beeldaspecten? Welke voorbeelden hebben je op een spoor gezet voor het werken met het materiaal en de techniek? Geef aan waar je dat in het werk duidelijk terugziet (eventueel detailfoto’s toevoegen).
Ik heb geen beelden gebruikt voor inspiratie. Ik weet in mijn hoofd hoe andrelon er uit ziet. Ook had ik in mijn hoofd hoe ik het haar wilde hebben, wel heb ik op google wat plaatjes van haar opgezocht om te kijken hoe het moest maar ik heb uiteindelijk geen goed plaatje gevonden daarom heb ik het zelf maar verzonnen. Ook de bloem heb ik uit mijn hoofd gedaan.





werkwijze
Had je al eens eerder met dit materiaal en deze techniek gewerkt? Wat heb je daarover nieuw ontdekt? Wat vond je lastig?
Ik had wel eens eerder met dit materiaal gewerkt maar nog niet zo heel veel. Ik heb erover ontdekt dat het het mooiste is als je eerst de lijnen uitveegd en daarna opnieuw lijnen trekt, zo kun je mooie accenten leggen. Wat ik lastig vond dat ik bruine haren had, dit was in verhouding met de rest van het werkstuk vrij donker, doordat het krijt aan je vingers gaat zitten en ik met mijn vingers aan het blad zat, kwamen er vlekken op werkstuk te zitten terwijl dit niet de bedoeling was, en dit kreeg ik er moeilijk weer af.






onderzoek
Beschrijf en laat met beelden zien welke stappen je in het werkproces hebt gezet. Welke keuzes heb je gemaakt en waarom? Hoe heb je de andere 5 componenten in dit proces meegenomen?
Ik ben begonnen met het schrijven van de tekst(foto 1) Daarna ben ik verder gegaan met het haar. Ik ben begonnen vanuit de hoek bovenin(foto 2)  Daarna heb ik een begin gemaakt aan de bloem, ik ben begonnen met simpele lijnen(foto 3) Daarna heb ik er nog wat extra organische lijnen bijgemaakt en heb ik het haar wat dikker ingekleurd met krijt(foto 4) Als laatste heb ik het haar nog een beetje uitgeveegd en het door laten lopen in de letters, ook de bloem heb ik verbonden aan de letters zodat het meer één geheel word.







eindoordeel:

Wat vind je geslaagd? Leg uit.


Ik vind de bloem geslaagd, ook in combinatie met de letters, ik kon ze aan elkaar verbinden zodat het mooie organische vormen bleven.


Wat kon beter? Waarom?

Wat ik minder vond is het haar, het was niet zoals ik me van tevoren gedacht had en ik kon het ook niet zo goed in verbinding brengen met de letters.



Bij het maken van bovenstaande opdracht heb je beelden gebruikt als inspiratiebron. Geef van minimaal één door jou gebruikt beeld aan wat de functie is en beschrijf waarom je dat vindt.

beeld
functie(s)
beschrijving
Plaats hier de afbeelding van het beeld of verwijs naar het beeld dat ergens anders op je blog staat.
Dit is het eindresultaat.



Als laatste heb ik voor beeldende vorming feedback gegeven op het kunstwerk van iemand anders. Ik heb dit gedaan bij Sanne-Marije Rijn. Ik heb feedback gegeven op haar Affiche van Jan en de Jugendstilposter.

component
beschrijving
1
2
3
4
5
betekenis
Welke betekenis lees jij af aan het beeld? Komt die betekenis overeen met het onderwerp uit de opdracht? Vind je de manier waarop het onderwerp is verbeeld boeiend, verrassend?
Ik vind het erg lastig om een betekenis uit het beeld te halen. Ook begrijp ik niet waarvoor deze affiche bestemd is. Misschien had je dit iets duidelijker moeten maken door tekst, of door het product meer op de voorgrond te stellen. Ik zie organische lijnen met daaroverheen een fototoestel, en daaroverheen getekend weer een bloem, voor mij is niet duidelijk waarvoor deze affiche bedoeld is en wat dus het onderwerp is.


x



vorm
Zijn de beeldaspecten, zoals beschreven in de opdracht, toegepast?
Waar in het werk is dat goed te zien?
Je bent je tekening begonnen met mooie organische lijnen. Deze lijnen staan uiteindelijk op de achtergrond, daarna heb je een camera gemaakt, deze bestaat niet uit organische lijnen en is ook niet een geheel van organische lijnen. Daarna komt er een bloem los overheen, dit is een mooi getekende bloem maar ook hier mis ik de organische lijnen en het verband wat het heeft met de rest van de tekening. Misschien moet je de volgende keer proberen om er iets meer een geheel van te maken.



x


materie
Is er gewerkt met het materiaal dat in de opdracht is beschreven?
Ja, je hebt gewerkt met pastelkrijt en met verschillende kleuren.





x

beschouwing
Kun je zien welke beelden gebruikt zijn ter inspiratie? Waar in het beeld of in het proces zie je dat?
Je geeft zelf aan geen beelden te hebben gebruikt voor je tekening


x



werkwijze
Beschrijf hoe het materiaal en de techniek is toegepast (bijvoorbeeld: secuur, met flair, grof, slordig, verfijnd, met veel variatie enz.) Geef ook aan waar je dat in het beeld goed terugziet.
Je hebt het materiaal goed gebruikt. Je laat verschil zien in lijnen en kleuren die je uitveegd en lijnen die je juist op de voorgrond laat staan. Je hebt nette en strakke lijnen gebruikt, het is een netjes geheel.




x

onderzoek
Als je naar het product en het proces kijkt, wat vind je dan van de keuzes die gemaakt zijn? Welke keuzes vind je boeiend of verrassend? Welke keuzes vind je alledaags? Leg ook uit waarom.
Ik vind de keuzes die je maakt verassend. Als eerste begin je met organische vormen midden op de bladzijde, daarna teken je hieroverheen een camera, dit vind ik verassend omdat de organische vormen opzich mooi zijn, maar door de camera er dwars overheen te tekenen breekt het het geheel een beetje af. En de laatste stap vind ik ook  heel verassend want dat teken je ineens nog een bloem over alles heen. Dit vind ik verassend omdat de bloem geen onderdeel is van het geheel, je tekent het er midden op waardoor de rest een beetje in het niet valt.



x



eindoordeel:


tips en tops



Geef tips en tops en beargumenteer ze vanuit bovenstaande beschrijvingen.
Tip: Probeer er de volgende keer meer een geheel van te maken. Door niet losse onderdelen over elkaar heen te tekenen maar door alles met elkaar in verbinding te brengen.
Top: Je hebt het materiaal goed gebruikt en kunt mooie strakke lijnen tekenen en je hebt mooie kleuren gebruikt