vrijdag 17 oktober 2014

Drama

Hier zult u al mijn opdrachten op het gebied van Drama kunnen vinden.

Filmpje.
Als eerste vind u hier het filmpje die ik gemaakt heb samen met mijn drama groepje. Het filmpje bevat een uitleg over de spelvorm combinatiespel.
Hieronder vind u de link naar het filmpje op youtube.

https://www.youtube.com/watch?v=ZFG3a-uxfb0
(Let op dit is het oude, nog niet aangepaste filmpje)

Het script en de tekst van het filmpje:

Scene 1: Begin
Ursula houdt A4’tje met WIE omhoog. Leroy houdt A4’tje met WAT omhoog. Boaz houdt A4’tje met WAAR omhoog. Danelle houdt A4’tje met WAAROM omhoog. Boaz houdt bordje groep 5 omhoog. Boaz en Leroy doen handjeklap en Danelle en Ursula doen ook handjeklap. 3 stapeltje kaarten worden door Ursula op de grond gelegd. Er wordt één kaartje van elke stapel getrokken.
(Quirine vertelt, Iris filmt)
Combinatiespel
Bij combinatiespel worden diverse spelelementen met elkaar gecombineerd. De bekendste aanduiding ervan is die met de vier W’s:
- Wie (rollen)
- Wat (handeling, thema)
- Waar (locatie)
Waarom ( motivatie, belang)
Vanaf groep 5 is combinatiespel mogelijk, waarbij kinderen losstaande elementen bij elkaar voegen tot een nieuw dramatisch spel. Dramatische elementen zijn de zogenaamde bouwstenen van doen-alsof-spel.
Er zijn drie stapel kaartjes met drie categorieën: Locatie, rollen en handeling. Deze kaartjes worden nu gecombineerd tot een presentatie. Combinatiespel is vaak verrassend. Kinderen worden gedwongen hun fantasie te gebruiken om tot creatieve oplossingen te komen. Combinatiespel nodigt het kind uit in zijn spel buiten de kaders van de realiteit te treden en ook in het algemeen meer aandacht aan acteren te besteden, tot in detail vorm te geven.

Scene 2: Aandachtspunten begeleiding combinatiespel
Leroy staat als meester voor de klas (Ursula, Danelle en Iris) en zwaait met zijn armen.
(Boaz vertelt, Quirine filmt)
Aandachtspunten tijdens de begeleiding van combinatiespel zijn:
* Kinderen kunnen zich vaak moeilijk voorstellen waar deze speltechniek op uit zal komen. Schets dus tijdens de uitleg een concreet beeld van wat je bedoelt. Kinderen moeten zelf de waarom bedenken, waarom gaat het koningshuis naar een zwembad?
* Stimuleer de fantasie door te vertellen dat de verhalen niet realistisch hoeven te zijn. sommige kinderen laten zich blokkeren door de combinaties, terwijl die juist een uitdaging moeten vormen om tot nieuwe ervaringen te komen. De kinderen mogen alles verzinnen, als de opdracht maar in de presentatie voorkomt.
* Stimuleer een spelmatige oplossing. Het is de bedoeling dat kinderen niet alleen met woorden aanwijzingen geven tot de locatie, rekwisiet of rol.
* Overdenk je organisatie goed wanneer je met verschillende kaartjes werkt; een goede voorbereiding voorkomt een te laag lestempo.

Scene 3: Spelelementen
Leroy staat als meester voor de klas (Danelle, Iris en Quirine) hij houdt de verschillende kaartjes omhoog. Leroy wijst Danelle aan, zij beeldt een vogel uit. Dan wijst Leroy Quirine aan, zij beeldt ballerina uit. Als laatste wijst Leroy Iris aan, zij beeldt een jongleur uit.
Voorbeeld:
Kerst à Iris = kerstboom, Leroy = kerstboomversierder, Boaz = ballerina, Quirine = kijkt tv, Danelle = kijkt tv
(Ursula vertelt, Boaz filmt)
* Kies bewust je spelelementen. Zorg dat je kaartjes maakt en organiseert zodat de doel van de les naar boven komt, niet elk woord is geschikt voor elke opdracht.
* Na het uitvoeren van de opdracht, wordt er een nabespreking gedaan. Een eerste vraag zou kunnen zijn: “Wie speelde wat?” het is goed om te laten benoemen
waaraan je kon zien hoe iemand een koningin uitbeeldde. Welke beweging of houding was daarin belangrijk? Verder kun je nog vragen stellen als:
* Welke momenten waren verrassend?
* Welke combinaties waren verrassend?
Een voorbeeld: wanneer een groepje van drie stapels kaartjes de combinatie fotomodellen, noordpool en steen heeft getrokken, kunnen ze bedenken dat in hun stukje de fotomodellen neerstorten op de Noordpool. Ze maken met de steen vuur en worden door de rookpluim gered. Een kind uit het publiek zegt wie welke rol speelt, wat hij verrassend vindt en wat er op de kaartjes stond.
Bij combinatiespel zijn de drie standaardindelingen klassikaal, twee aan twee en werkgroepen aanwezig. De mogelijkheden hierin zijn eindeloos.

Scene 4: Werkvormen
Klassikaal = Iedereen blijft in tableau staan. Behalve Danelle, die Ursula afwisselt. Ursula gaat naast Quirine zitten.
Twee aan twee = 2 groepen gaan oefenen twee aan twee en dan aan elkaar ‘waar’ uitbeelden. De jongens beelden de ballenbak en de meiden beelden een vliegtuig uit.
Werkgroepen
(Danelle vertelt, Ursula filmt)
Klassikaal- voor de klassikale werkvorm is pantomimelootjes een van de mogelijke spelopdrachten. Klassikaal wordt per beeld de werkvorm genoemd die in de kern aan de orde is.
Twee aan twee Laat de door jou gekozen spelvorm twee aan twee oefenen. Als jouw keuze het pantomimespel is, dan kun je zoiets als handelingen met denkbeeldige voorwerpen laten uitbeelden. Of wanneer je voor een hoorspel kiest, dan laat je de geluiden raden die de ander maakt. Je kunt oefeningen zo complex maken zoals je wilt door de spelers bijvoorbeeld een combinatie van drie elementen te laten spelen.

Scene 5: Hoorspelpuzzel
Quirine, Ursula en Danelle vormen groepje 1 en Boaz en Leroy vormen groepje 2. Ze overleggen (stil!) een wie (Ballerina), een wat (Feest) en een waar (Kampvuur). Dan gaan Quirine, Ursula en Danelle op de grond zitten en Leroy en Boaz beelden hun wie uit. Danelle, Quirine en Ursula beelden hun waar uit.
(Iris vertelt, Leroy filmt)
In werkgroepen hierin zijn verschillende varianten:
De hoorspelpuzzel
De groepjes geven elkaar naar aanleiding van de kaartjes, kleine hoorspelpresentaties over informatie over locatie, handelingen en/ of thema’s. Met de informatie die ze van een ander groepje ontvangen, stellen de werkgroepen een nieuw hoorspel samen.

Scene 6: Doorgeven
Quirine, Ursula, Danelle, Boaz en Leroy zitten in een kring met een A4’tje. Eerst schrijven ze allemaal een rol op. Dan vouwt iedereen het randje om en schuift het blaadje naar de rechterbuur. De volgende schrijft een wat, vouwt het randje om en schuift het weer door naar de rechterbuur. Daarna schrijft de volgende een locatie, vouwt het randje om en schuift het weer naar de rechterbuur. Als laatste schrijft de volgende een zin op en vouwt het randje om. Iedereen houdt het papier bij zich. Danelle, Ursula en Quirine vormen weer groep 1 en Boaz en Leroy vormen groep 2. Iedereen opent het papier en neemt 1 blad, het andere gooien ze op de grond.
(Iris vertelt, Leroy filmt)
Doorgeven
De kinderen zitten in de kring, met een pen en een A4’tje. Het A 4’ tje houden ze recht voor zich, ze mogen niet spieken. Ze schrijven steeds aan de bovenkant van het blad en vouwen het geschreven om, zodat het niet meer te zien is. daarna geven ze het papier door aan hun linker buurman of buurvrouw. De buren schrijven op het blad wat ze hebben gekregen van de rechter buurman of buurvrouw, een rol met daarbij een bijvoeglijk naamwoord. Vertel van tevoren wat een bijvoeglijk naamwoord is en vertel voorbeelden. Ze vouwen het blad om en geven het weer door. Daarna noteren de ontvangers onder het gevouwen deel van het vel papier een locatie, vouwen dit weer en geven het door. Vervolgens wordt er een rekwisiet opgeschreven en als laatste komt er een zin te staan. Zorg ervoor dat de kinderen het papier pas openen als ze bij hun werkgroepje zijn ingedeeld. Daar lezen ze aan elkaar voor wat er op hun papier staat en nemen één blad als uitgangspunt voor een presentatie.

Scene 7: Doorschuiftableaus
Iris legt twee stapels kaartjes op de grond (wie+waar). Iedereen zit in één groep. We trekken blind één kaart van elke stapel. De wie (koningin) en waar (dierentuin) kaartjes worden gecombineerd tot één tableau. Quirine beeldt de koningin uit. Ursula beeldt vogel uit. Boaz beeldt een aap uit. Iris beeldt een olifant uit. Zo blijven we drie seconden staan.
(Leroy vertelt, Danelle filmt)
Doorschuiftableaus
Er zijn twee stapels, de ene met kaartjes waarop rollen staan, de andere met kaartjes waarop locaties zijn geschreven. Elke werkgroep neemt blind van elk stapel één kaartje, of krijgt de informatie door middel van het doorgeefsysteem. Het doorgeefsysteem komt voor in lessen waarbij een presentatie uit losse spelelementen wordt opgebouwd. Beide kaartjes worden gecombineerd tot één tableau. Op de wie-kaartjes staan personen, op de waar-kaartjes staan de locaties. Variatie: Geef de opdracht om een presentatie te maken over hoe de rollen op die plek verzeild zijn geraakt en hoe ze daar weer vandaan komen.

Scene 8: Dobbelen
Drie bladen met cijfers en opties worden door Boaz, Danelle en Iris omhooggehouden. Ursula, Iris en Boaz vormen groep 1, Quirine en Danelle vormen groep 2. Ursula gooit 3x met de dobbelsteen. Dan gooit Quirine 3x met de dobbelsteen.
(Leroy vertelt, Danelle filmt)
Dobbelen
Op een A4’tje krijgen de kinderen een lijst met genummerde wie- wat- en waargegeven. Van elk groepje gaat één kind bij de leerkracht de spelgegevens voor de in te studeren presentatie bij elkaar dobbelen. Tijdens de nabespreking worden de gebruikte gegevens aan de hand van de cijfers opgezocht.

Scene 9: Afsluiting
We eindigen het filmpje door met z'n allen in de camera te zeggen: 'Dit was ons filmpje!'


Nadat wij een onvoldoende kregen voor het filmpje hebben wij een nieuw filmpje gemaakt. 

Het nieuwe, aangepaste script is hieronder te zien.

Drama
Deel 1: Uitleg (gefilmd door Quirine)
Bij combinatiespel worden diverse spelelementen met elkaar gecombineerd. Deze combinaties worden uitgewerkt door middel van de 4 w’s:
-          Wie (rollen)
-          Wat (handeling of thema)
-          Waar (locatie)
-          Waarom (motivatie of belang)
De eerste drie w’s (wie, wat en waar) worden uitgevoerd, de ‘waarom’ moeten de kinderen raden als het acteerspel is afgelopen. Het combinatiespel is mogelijk vanaf groep 5 in een klas van ongeveer 25 tot 30 leerlingen.

Deel 2: Benodigdheden (gefilmd door Iris)
Om deze vorm van drama uit te voeren, zijn er een aantal dingen nodig:
-          3 stapels kaartjes, 1  stapeltje met rollen (wie), 1 stapeltje met thema’s (wat) en 1 stapeltje met locaties (waar).
-          Ook fantasie is erg belangrijk. Het is de bedoeling dat de kinderen buiten de kaders van de realiteit treden en zo een acteerspel vormen.

Deel 3: Aandachtspunten (gefilmd door Leroy)
Er zijn verschillende aandachtspunten waar je op moet letten bij het begeleiden van het combinatiespel. Deze zijn:
-          Schets tijdens de uitleg van het combinatiespel een concreet beeld van wat je bedoeld. De kinderen kunnen zich moeilijk voorstellen waar de les op uit zal draaien.
-          Stimuleer de fantasie van de kinderen door te vertellen dat de verhalen niet realistisch hoeven te zijn.
-          Stimuleer een spelmatige oplossing door de kinderen aan te moedigen. Ze moeten niet alleen woorden gebruiken om hun onderwerpen duidelijk te maken.
-          Een goede voorbereiding voorkomt een laag lestempo.
-          Kies bewust de spelelementen, omdat niet alle elementen gecombineerd kunnen worden.

Deel 4: Werkvormen (gefilmd door Danelle)
-          Binnen het combinatiespel vallen drie werkvormen. De werkvorm ‘klassikaal’, de werkvorm ‘in tweetallen’ en de werkvorm ‘in werkgroepen’. Omdat wij hier nu met z’n vieren zijn, beelden wij ‘in werkgroepen’ zo uit. In werkelijkheid kunnen de werkgroepen uit 5 tot 7 kinderen bestaan.
-          Wij werken de werkvorm ‘klassikaal’ uit.
o   Met de klassikale werkvorm kan de hele klas aan het acteerspel meedoen. De juf of meester trekt, blind of bewust, 1 kaart van elke stapel. De gecombineerde kaartjes vormen dan voor de hele klas het acteerspel. De ‘waarom’ van het verhaal, moet dan door alle kinderen bedacht worden.
Natuurlijk zijn de mogelijkheden bij de verschillende werkvormen eindeloos.

Deel 5: Stappen (gefilmd door Boaz)
Het voorbereiden en uitvoeren van het combinatiespel is verdeeld in de volgende stappen:
1.       3 stapeltjes kaarten worden gemaakt, 1 stapeltje met rollen (wie), 1 stapeltje met thema’s (wat) en een stapeltje met locaties (waar). Let wel op dat alle combinaties mogelijk moeten zijn.
2.       De groep trekt blind 1 kaart van elke stapel
3.       De kaartjes worden gecombineerd
4.       De gecombineerde kaartjes vormen een acteerspel en de kinderen voeren dit uit.
5.       De rest van de kinderen, die niet aan het acteren zijn, raden de ‘waarom’ van het toneelstukje.

Voorbeeld
Wij geven een voorbeeld. Dit hoort bij de werkvorm ‘klassikaal’. Eerst trekken we blind 1 kaartje van elke stapel.

Quirine is de koningin, Boaz is de bruidegom, Leroy is dominee en Iris is moeder van de bruid, Danelle is bruidsmeisje. Boaz en Leroy staan bij ‘het altaar’. Quirine komt wuivend aanlopen met Iris aan haar arm. Danelle loopt achter hen aan met de sleep. Ze lopen naar ‘het altaar’ en Iris pinkt een traantje weg. Iris en Danelle gaan zitten. Leroy zegt: ‘welkom dames, heren en hoogheden’ Op plechtige toon, zijn handen vouwt hij alsof hij een boek in zijn handen heeft. Hier stopt het voorbeeld.

De kaartjes die getrokken zijn, zijn Koningin, kerk en bruiloft. Een ‘waarom’ kan in dit geval dus zijn: de koningin is in de kerk voor haar bruiloft, omdat ze gaat trouwen. 


Hier vind u mijn feedback op de gemaakte film, mijn persoonlijke reflectie op de samenwerking en een inleiding op de reflectie.

Het nieuwe, aangepaste filmpje wat wij hierbij gemaakt hebben is:
https://www.youtube.com/watch?v=OyODRa3ccZ0




Inleiding.

Functies en betekenissen van dans en theater in de samenleving.
Ik denk dat dans en theater een belangrijk onderdeel zijn van onze samenleving. Mensen kunnen er hun passie en talenten in kwijt. Als je talentvol bent op het gebied van dans en theater kun je er je brood mee verdienen. Maar ook halen veel mensen er energie uit of worden ze er juist ontspannen van. Dans en theater is voor veel mensen in de samenleving een passie. Dit kan zijn voor iemand die het zelf beoefend, maar ook voor mensen die er graag naar kijken. In de samenleving brengt het mensen bij elkaar. Bijvoorbeeld als je danst in een dansgroep, maar ook als je bijvoorbeeld naar een dans- of theatervoorstelling gaat. Dan ben je in gemeenschap met anderen aan het genieten van de dans en theater in onze samenleving, ik vind dat dit ook een stukje cultuur is.

Wat betekent dit vak voor mij?
Voor mij betekent dit vak niet heel veel. Ik vind het mooi om te zien hoe mensen passie hebben voor dit vak, maar zelf is het niet echt voor mij weg gelegd. Wel vind ik het mooi om naar te kijken, ik vind dansprogramma’s op tv interessant om te kijken. Ook ben ik wel eens naar een theatervoorstelling geweest. Ik vind het mooi en leuk om naar te kijken maar het is niet zo dat het voor mij in mijn leven erg veel toevoegt.

Mijn kennis en visie.
Ik vind niet dat ik mezelf heel veel ontwikkeld heb tijdens deze cursus. Ik heb tijdens de lessen drama niet veel nieuws geleerd. Ik vond het leuk om oefeningen te doen tijdens de les. Maar ik heb meerdere jaren drama gehad en dit week er niet erg veel vanaf. Wel vond ik het leuk om samen met een groepje te werken aan een filmpje, hier heb ik wel veel van geleerd. Een concreet voorbeeld van wat ik geleerd heb is wat een combinatiespel precies inhoud, hoe je hier goede instructiefilm kan maken en wat er allemaal bij komt kijken aan voorbereiding en dergelijke.

Mijn reflectie op het filmpje:
Ik vind dat ons filmpje een goed middel is om aankomende leerkrachten te ondersteunen bij het aanbieden van drama/dans. De werkvorm combinatiespel word duidelijk uitgelegd. In het filmpje worden concrete voorbeelden laten zien. Ook zou je als leek, door alle stappen te volgen een dramales met combinatiespel kunnen geven. Het doel van het filmpje is aangegeven, maar niet heel concreet, dit had misschien duidelijker gekund. Ook hebben we de productierollen verder niet in het filmpje weergeven. De rollen tijdens het filmpje zijn wel goed verdeeld, ieder heeft een stukje waar hij of zij verteld, een stukje waar hij of zij filmt en stukjes waar hij of zij speelt. Iedereen komt even veel aan bod, er zijn geen momenten waarbij iemand even niet meedoet. Dus de rollen zijn goed verdeeld. De werkvorm-in-werking scenes en de detailscenes zitten er beide in, maar het is niet altijd duidelijk aangegeven welke de werkvorm-in-werking scenes zijn en welke de detailscenes. Qua tempo is het misschien een beetje langdradig, het filmpje duurde ook te lang. We hadden dit beter iets in kunnen korten en sommige informatie iets beknopter kunnen weergeven.\

Mijn reflectie op het aangepaste filmpje.
Ik vind het jammer aan het filmpje dat er niet veel in gespeeld word. Er word veel gewerkt met papier waar woorden op afgebeeld staan, maar ik had liever zelf meer gespeeld zodat het filmpje interessanter word om naar te kijken. Wel denk ik dat alle elementen nu goed in het filmpje zijn weergeven.

Evaluatie op de samenwerking.
Ik ben tevreden over de samenwerking van ons groepje tijdens het maken van het filmpje. In het begin moesten we als groep even op gang komen. We wisten niet goed wat het combinatiespel precies inhield en we wisten ook niet zo goed wat nu precies de opdracht was. Dit werd duidelijk toen we het geoefend hebben in de klas. Vanaf toen is er hard aan gewerkt. Iemand maakte een script. Ik vond het wel jammer dat diegene het in haar eentje gedaan heeft. Zij heeft deze taak op zich genomen en dit heeft zij goed gedaan, maar ik vind dat we dit meer als groep hadden moeten doen. Uiteindelijk is dit ook door de groep overgedaan. Alleen dit ging ook niet helemaal volgens plan, want we zouden het met z’n allen doen, maar opeens hadden er al twee afgesproken om het te doen en deden ze het zonder aankondiging ineens op een middag, dit zorgde ervoor dat niet iedereen meegewerkt had aan het script. Verder ging het goed.

Evaluatie op de samenwerking deel 2.
Omdat ons filmpje niet goedgekeurd werd hebben wij een nieuw filmpje gemaakt. Hiervoor moest er een nieuw script gemaakt worden. Ik ben niet erg tevreden over hoe dit gegaan is omdat zonder dat er iets overlegd is gelijk twee meiden het script op zich namen en hierdoor de anderen niet de kans kregen om hier iets over te zeggen. En daarna zeiden de meiden tegen de rest dat ze niet genoeg deden. Dit vond ik vervelend omdat ik het gevoel had dat ik de kans niet gekregen had, en omdat ik  graag als groep de film had willen overmaken maar doordat zij dit met z'n tweeën deden is dit niet helemaal gelukt. Uiteindelijk is het goed gekomen omdat we met z'n allen aan de tafel zijn gaan zitten en zo is het uiteindelijk weer goed gekomen.



Hier vind u de feedback van Maroesja Kool op ons gemaakte filmpje.


Feedbackformulier Instructiefilm BP 1.1.1. Kunstvaardig
Jouw naam is: Maroesja Kool
Ik heb een instructiefilm bekeken met de werkvorm:
Samenspel
Deze film is gemaakt door de volgende studenten:
Danelle Kroon
Leroy de Raad
 Boaz Prins
Ursula Gajadine
Quirine Erftemeijer
Iris Wessels
De film is een goed middel om aankomende leerkrachten te ondersteunen bij het aanbieden van een drama/dans werkvorm voor een bovenbouwgroep van 25 – 30 leerlingen
Voldoende
Ja het was alleen een beetje lang maar de uitleg was wel erg goed. Bij demonstratie kon het wat korter en bij de voorbeelden. Er was wel heel duidelijk uitgelegd. Beeld en spraak kwamen altijdgelijk aanbod.




Motivatie:
Heel duidelijk ook voor niet aankomende docenten.




Duidelijk wordt hoe een aankomende leerkracht deze drama/ dans werkvorm aan kan bieden aan een bovenbouw klas van het basisonderwijs: Een leek zou door de getoonde stappen te volgen tot een dergelijke uitvoering van de werkvorm moeten kunnen komen
Voldoende
Het was duidelijk ondanks de duur van het filmpje. Doordat jullie veel voorbeelden had duurde het filmpje heel erg lang maar hierdoor snapt de kijker wel alles. Als buitenstaander kan je dit goed volgen.




Motivatie:
Denk de volgende keer wel hoeveel voorbeelden jullie gaan geven en waar. Welke onderwerpen zijn moeilijk en krijgen meer uitleg en welke zijn makkelijker en kan je weglaten?
In de film is de onderstaande informatie verwerkt:
  • De naam van de werkvorm, met een korte toelichting van de werkvorm
  • Mogelijke lesdoelen  (zie dramadoelstellingen H2.2 van het dramaboek ‘Kijk op Spel’)
  • Welke bron is gekozen n.a.v. het thema van de Kinderboekenweek van dit jaar
  • Hoe deze bron is verwerkt in de uitvoering van de werkvorm
  • Welke voorbereidingen er nodig zijn om deze werkvorm met 25 – 30 leerlingen uit te voeren
Voldoende
Ja, dit is heel goed gedaan. Alleen dat 'korte' was meer een 'lange' toelichting.

Dit is niet duidelijk aangegeven. Misschien konden jullie bij het monteren van het filmpje dit nog een keer duidelijk in beeld brengen.
Ja
Doordat het filmpje zolang was kon je beter belangrijke elementen in het filmpje tijdens de opname zichtbaar maken. Net als de voorbereidingen. Ook al was het wel gezegd.



Motivatie:
Het filmpje is erg lang wat niet erg is maar hierdoor vallen hoofdzaken met bijzaken samen. Dit konden jullie verbeteren door de hoofdzaken tijdens montage in beeld te brengen.



In de film is de onderstaande informatie verwerkt
  • Wie welke productierol op zich heeft genomen.
  • De datum
  • Het doel van de film (Beroepsproduct 1.1.1 Drama)
  • De naam van de Hogeschool.
Voldoende
De productierol was niet duidelijk
De datum wel
Het doel niet
De naam wel



Motivatie:
twee van de 4 heb je vandaar een voldoende.
Alle deelnemers van een subgroep zijn zichtbaar aanwezig in de film en spelen een rol. 
Voldoende.
Iedereen heeft duidelijk een rol. Iedereen legt uit en iedereen speelt. Zelfs de taak van de camera is verdeeld. Een goeie samenwerking.



Motivatie:
Je kan uit het eindwerk zien dat er een goeie samenwerking is geweest. Klopt dat?



In de instructiefilm zijn de volgende ‘scenes’ te herkennen:
  • De werkvorm-in-werking-scene
Studenten laten de werkvorm zien, zoals deze na de voorbereiding en oefening, in de klas uitgevoerd kan worden.
  • De detail-scenes
In een aantal heel korte scenes, laat steeds een detail zien waar je bij de uitvoering van de werkvorm in een bovenbouwgroep, op moet letten. Zie het boek ‘Kijk op Spel’ voor deze informatie.
Onvoldoende. De beide scenes zaten er wel in maar omdat het filmpje zolang is en omdat er zoveel voorbeelden bij zaten werd het onduidelijk. Ze zaten er dus wél in alleen de volgende keer net iets korter of bij de opmaak nog een keer expliciet noemen.



Motivatie:
Niet alles wat je opschrijft in het verslag moet je ook filmen. Je hoeft alleen maar een korte instructie en een korte demonstratie te geven. Desondanks was het filmpje wel heel erg goed gefilmd. Nooit stond het beeld stil.



De film heeft een prettig tempo en is boeiend, prikkelend voor de doelgroep.
Onvoldoende



Motivatie:
Helaas was het filmpje echt te lang waardoor je halverwege af begint te haken. Jullie hebben wel een leuk liedje aan het begin gedaan waardoor je wel nieuwsgierig was naar de rest van de film.
Op de instructiefilm heeft de student middels een quadblogsessie van medestudenten commentaar ontvangen en verwerkt. Het commentaar wordt geschreven op basis van de bovenstaande punten.
 Moet je nog doen :)
Motivatie:
moet je nog doen :)
De film duurt tussen de 4 en 5  minuten.
10 minuten






Mijn feedback op het filmpje van een ander groepje.
Ook heb ik een ander groepje uit mijn klas feedback gegeven op hun filmpje. Ik heb dit gedaan bij het groepje dat een filmpje heeft gemaakt over het onderwerp: vertelpantonime. 


Feedbackformulier Instructiefilm BP 1.1.1. Kunstvaardig
Jouw naam is: Danelle Kroon
Ik heb een instructiefilm bekeken met de werkvorm:
Vertelpatonime
Deze film is gemaakt door de volgende studenten:

Madelon, Patrick, Chris, Maroesja, Amber
De film is een goed middel om aankomende leerkrachten te ondersteunen bij het aanbieden van een   drama/dans werkvorm voor een bovenbouwgroep van 25 – 30 leerlingen

Onvoldoende
Voldoende

x
goed
Motivatie:



Duidelijk wordt hoe een aankomende leerkracht deze drama/ dans werkvorm aan kan bieden aan een bovenbouw klas van het basisonderwijs: Een leek zou door de getoonde stappen te volgen tot een dergelijke uitvoering van de werkvorm moeten kunnen komen
Onvoldoende
Voldoende

x
goed
Motivatie:
Het is te volgen maar wel een beetje langdradig, het zou wat concreter mogen.
In de film is de onderstaande informatie verwerkt:
  • De naam van de werkvorm, met een korte toelichting van de werkvorm
  • Mogelijke lesdoelen  (zie dramadoelstellingen H2.2 van het dramaboek ‘Kijk op Spel’)
  • Welke bron is gekozen n.a.v. het thema van de Kinderboekenweek van dit jaar
  • Hoe deze bron is verwerkt in de uitvoering van de werkvorm
  • Welke voorbereidingen er nodig zijn om deze werkvorm met 25 – 30 leerlingen uit te voeren
Onvoldoende
Voldoende
X

X





X
goed
Motivatie:
Ik mis de bron van het filmpje


In de film is de onderstaande informatie verwerkt
  • Wie welke productierol op zich heeft genomen.
  • De datum
  • Het doel van de film (Beroepsproduct 1.1.1 Drama)
  • De naam van de Hogeschool.
Onvoldoende
Voldoende
Goed
X
X
X
X
Motivatie:
Dit staat allemaal duidelijk vermeld
Alle deelnemers van een subgroep zijn zichtbaar aanwezig in de film en spelen een rol. 
Onvoldoende
Voldoende
X
goed
Motivatie:

De ene heeft een grotere rol dan de andere, maar iedereen heeft een rol.

In de instructiefilm zijn de volgende ‘scenes’ te herkennen:
  • De werkvorm-in-werking-scene
Studenten laten de werkvorm zien, zoals deze na de voorbereiding en oefening, in de klas uitgevoerd kan worden.
  • De detail-scenes
In een aantal heel korte scenes, laat steeds een detail zien waar je bij de uitvoering van de werkvorm in een bovenbouwgroep, op moet letten. Zie het boek ‘Kijk op Spel’ voor deze informatie.

Onvoldoende
Voldoende
X



X
goed
Motivatie:

De werkvorm word laten zien maar het is voorbeeld is niet helemaal goed.

De film heeft een prettig tempo en is boeiend, prikkelend voor de doelgroep.
Onvoldoende
Voldoende
X
goed
Motivatie:

Op de instructiefilm heeft de student middels een quadblogsessie van medestudenten commentaar ontvangen en verwerkt. Het commentaar wordt geschreven op basis van de bovenstaande punten.
X
Motivatie:

De film duurt tussen de 4 en 5  minuten.
Ja/nee

Samenvatting:
Goed filmpje. Er word duidelijk uitgelegd waar het over gaat en wat de doelen zijn. Ik vind dat het filmpje overzichtelijk is doordat je telkens eerst met tekst aangeeft wat er in het filmpje word laten zien. Ook is de film goed opgebouwd. Goed ook dat word uitgelegd wat er fout gaat. Wel zag ik in het voorbeeld meer foutjes die niet besproken werden, zo word er bijvoorbeeld tijdens het verhaal gezegd: De piraten zitten in het schip, één van hen ziet een fles drijven. Als je dit in de klas zou doen, welke leerling zou dan die ene piraat zijn? Waarschijnlijk gaan alle leerlingen dan hetzelfde doen. Misschien was het goed geweest om in het filmpje te verwerken hoe je dit soort fouten kan voorkomen. Ook vond ik het voorbeeld van het vertelpantonime vrij groot ten opzichte van de rest van het filmpje. 


















Sceneplan.
Hier vind u een sceneplan over het boek Grover helpt graag.


Bron:


Inhoud:
Grover wordt er blij van om mensen te helpen en doet dit zelfs zonder het te beseffen.
The phrase that pays:
Het ware geluk zit in het helpen van anderen.
Droom:
Grover droomt ervan om iedereen te kunnen helpen.
Fantasie:
Er is in dit verhaal geen sprake van fantasie.
Dans (non- verbaal)
Kinderen kunnen een dansje doen over hoe je elkaar kunt helpen.
Astronomisch
Er is in dit verhaal geen sprake van astronomie
Religieus:
Er komt geen religie in het verhaal voor. We staan normen en waarden vooraan doordat Grover graag mensen wil helpen
Spannend/ eng
Het boekje is niet eng. Wel is het even spannend of Grover uiteindelijk wel op tijd zal komen om te kunnen helpen. En op het einde is Grover verdrietig en dan is het nog even spannend of het nog wel goed gaat komen.
Geen goede afloop
Het verhaal heeft wel een goede afloop, maar geen goede afloop zou kunnen zijn  dat Telly(degene die Grover zou gaan helpen) boos is dat hij te laat is en dat Grover dan verdrietig wordt.
Onverwacht
Grover gaat verdrietig naar huis omdat hij te laat is om te helpen, en daar staan alle mensen die hij die dag geholpen heeft hem op te wachten om hem te bedanken. Dit had hij niet verwacht en zo eindigd het verhaal goed.
Muziek
Er komt geen muziek in het stukje voor.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten