vrijdag 17 oktober 2014

Muziek

Hallo allemaal, onder dit label zul je alle opdrachten die ik gemaakt heb voor het vak Muziek kunnen vinden.


Luisteropdracht.

Voor muziek moest ik een luisteropdracht maken. Ik heb het muziek stuk: Sarabande van Handel uitgekozen om mijn luisteropdracht over te maken. De opdracht is gemaakt via het stappenplan.


https://www.youtube.com/results?search_query=handel+sarabande

1.       Luister naar het muziekstuk dat je wilt gebruiken en focus inhoudelijk op de diverse kwaliteitscriteria.
      Klank:  Het ritme in de muziek blijft het hele muziekstuk ongeveer gelijk.
Ook het tempo blijft ongeveer het zelfde, soms loopt het iets op maar                         
over het gehele stuk blijft het tempo rustig en gelijkmatig.
Ook de melodie is een rustige, gelijkmatige melodie, wel zit er veel verschil in toonhoogtes.
In het stuk is veel harmonie te horen ook spelen verschillende instrumenten bepaalde stukken samen, hierdoor versterken ze elkaar.
Vorm: In het stuk komt veel herhaling voor, meerdere melodieën worden meerdere malen herhaald. Tussen de herhaling door word er wel gevarieerd, ook in de instrumenten word er gevarieerd.De compositievorm die gebruikt word in het stuk is de rondovorm, dit omdat bepaalde stukken steeds terugkomen, als een soort refrein.
Betekenis: Uit dit muziekstuk kan iedereen zijn eigen betekenis halen, het roept bij iedereen andere gevoelens op, zo heeft het voor mij niet veel betekenis. Ik had het stuk nog niet eerder gehoord en het herinnert mij niet ergens aan. Wel word ik door het muziekstuk ontspannen, het geeft mij een rustgevend gevoel.

2.       Vraag je af hoe kinderen luisteren en wat je de kinderen kunt laten ontdekken met dit muziekstuk.
     Ik denk dat de meeste kinderen als ze dit muziekstuk horen het in eerste instantie saai zullen vinden, de kinderen worden in deze tijd overspoelt met drukke popmuziek, en waarschijnlijk luisteren ze dat meer en liever als klassieke muziek. Ook denk ik wel dat er kinderen zullen zijn die misschien van huis uit wel klassieke muziek gewend zijn en hier wel van kunnen genieten of dat er kinderen zijn voor wie ontspannend werkt en rust geeft. Ik kan de kinderen laten ontdekken dat de muziek niet saai is door ze luisteropdrachten te geven, zoals Wat valt je op aan het stuk? Hoeveel instrumenten hoor je?

3.    Bepaal welke opdrachten je wilt koppelen aan het stuk.
     De opdracht die ik met de kinderen wil doen is eerst goed luisteren naar de muziek, wat hoor je? Daarna ga ik met de kinderen de muziek analyseren. Ik stel eerst vragen als: Wat valt je op  aan het stuk? Welke verschillende instrumenten hoor je? Hoor je veel herhaling in de muziek? Zo ja, welke stukken? Hoor je veel verschillende melodieen? Hoor je veel verschil in tempo? Wat vind je van deze muziek en wat doet het met je? Daarna geef ik ieder kind een leeg A4-papier en kleurpotloden. Ik zet het muziekstuk aan en geef de kinderen de opdracht iets te tekenen wat bij hen opkomt als ze naar de muziek luisteren.

4.     Beschrijf wat de kinderen doen.
     Door de kinderen te laten luisteren en vragen te laten beantwoorden over de muziek, zijn de kinderen aan het luisteren en aan het analyseren. Door de tekenopdracht laat ik de kinderen creëren.

5.      Kies een didactische werkvorm voor de activiteit.
     De didactische werkvorm die ik gebruik is noteren, ik stel gesloten vragen over de vorm en klank. En ik stel open vragen, bijvoorbeeld wat het stuk voor de kinderen betekend. Verder laat ik de kinderen een tekening maken bij de muziek, dit hoort ook bij noteren.

6.     Bekijk of je gebruik kunt maken van coöperatief leren.
     Ik kan gebruik maken van coöperatief leren door de kinderen in plaats van zelfstandig, in tweetallen een tekening te laten maken, zodat ze moeten samenwerken. Ook kan ik bijvoorbeeld de vragen die ik stel in groepjes laten beantwoorden.

7.     Zorg voor een verrassende opening van de opdracht.
      Als opening laat ik de kinderen eerst een stukje van een bekend popliedje horen, en daarna een stukje van het muziekstuk: Handel- Sarabande, ik vraag de kinderen welk muziekstuk hen het meeste aanspreekt en waarom. Daarna leg ik de kinderen uit dat ook klassieke muziek leuk en mooi kan zijn en begin ik met de opdracht.


8.     Bepaal hoe je de opdracht wilt nabespreken.
     Ik wil de opdracht nabespreken door willekeurig een aantal tekeningen van een aantal kinderen uit te kiezen en deze met de klas te bespreken. Niet op de schoonheid van de tekening maar vooral waarom de leerling dit precies bij deze muziek getekend heeft. Waar de tekening op gebaseerd is. En dan wil ik met de rest van de groep bespreken of wat zij getekend hadden overeenkomt met de tekening die we bespreken, of dat zij totaal iets anders in gedachten hadden bij de muziek en waarom.

9.    Laat een willekeurig iemand anders dezelfde opdracht doen. Bekijk of je de  opdracht moet aanpassen. Bespreek je bevindingen met de ander.

10.   Pas naar aanleiding van je bevindingen de opdracht eventueel aan.

Maroesja Kool heeft feedback gegeven op mijn luisteropdracht:
Ik vond dat je de opdracht goed had uitgewerkt en alle aspecten van een luisteropdracht zaten erin. Als je leerlingen vragen stelt moet je zelf wel het antwoord erbij weten. Welke muziekinstrumenten hoorde je? Dit is een vraag die je stelde, maar het is handig dat je deze ook voor jezelf opschrijft. Daarnaast bestempel je meteen het muziekstuk met ‘saai’ terwijl je het zelf had uitgekozen. Misschien kan je het juist ‘leuk’ maken om de les zo te maken, dat jij het ook leuk zou vinden. Zo weet je ook of de leerlingen het leuk gaan vinden en niet saai. Daarnaast heb je heel goed de werkvormen uitgelegd alleen hoort creatief er niet ook bij? Ze maken toch een tekening? Tenslotte vond ik je opening heel erg leuk maar als je weet dat veel leerlingen de popmuziek leuk vind moet je wel goeie tegenargumenten betekenen voor de klassieke muziek. Als ik kijk naar het resultaat vind ik het goed uitgevoerd. Je hebt zelf de grafische partituur getekend en je hebt goed geluisterd naar de muziek. Daarnaast is de opbouw in je verhaal helder en duidelijk. Je hebt de stappen op chronologische wijze uitgevoerd. Ik hoop dat je deze les ook in de klas gaat uitvoeren.
Feedback van : Maroesja Kool
Aan: Danelle Kroon

Grafische partituur.

Ook heb ik een grafische partituur gemaakt. Ik heb dit gedaan bij een deel van het muziekstuk Spring, van Vivaldi. De link naar het muziek fragment kunt u hier vinden.
( de partituur is gemaakt vanaf 1.34-2.00)

https://www.youtube.com/watch?v=l-dYNttdgl0





Lied aanleren.

Verder heb ik nog een lesvoorbereiding gemaakt over hoe ik de kinderen een lied aan ga leren. Het lied dat ik aan ga leren is 'de droomboom'. Ik heb deze voorbereiding gemaakt aan de hand van een lesvoorbereidingsformulier.


LESVOORBEREIDINGSFORMULIER


NAAM STUDENT
Danelle Kroon
STUDENTNUMMER
1673858


KLAS
1C
STAGESCHOOL
KBS de Toermalijn


STAGEBEGELEIDER
Fiona Kersten
STAGEGROEP
6


DATUM
1-11-2014
VAK / ONDERWERP
Muziek


VOORBEREIDING
Omcirkelen:       Dit is een  leerkracht/ gedeeltelijk leerkracht-gedeeltelijk leerling/  leerling gestuurde les.
                          Dit is een zelfontworpen /  methode / combinatie les.
DOELEN VOOR DE LEERLINGEN
DOEL(EN)
+ Welk type doel; kennis en inzicht, vaardigheid of attitude gerelateerd?
+ Wat moet deze les opleveren (product, specifiek en meetbaar)?
+ Welk gedrag wil ik oproepen/ wat moeten de ll tijdens de les oefenen of ervaren (procesdoel)?

Het is een vaardigheidsdoel

Aan het einde van de les kunnen de kinderen zelfstandig het liedje ‘de droomboom’ uit hun hoofd zingen.

De leerling en moeten oefenen met het aanleren van een liedje,  maar ze moeten vooral plezier beleven aan het maken van muziek (het zingen in  dit geval)
LESSPECIFIEKE BEGINSITUATIE
KENNIS / VAARDIGHEDEN
+ Wat weten en/of kunnen de leerlingen al?
+ Van welke vakspecifieke theorie, didactiek, leerlijnen maak ik gebruik?

De leerlingen hebben al vaker kinderliedjes aangeleerd, maar dit liedje kennen ze nog geen van allen.
Ik gebruik de weggeef methode om het liedje aan te leren.
ONDERWIJSBEHOEFTEN
+ Wat zijn de pedagogische en didactische onderwijsbehoeften van de groep?
+Indien van toepassing: Wat zijn specifieke individuele onderwijsbehoeften?

Plezier
Ontspanning
Liedkennis

X
BELEVING
+ Op welke ervaringen kan ik aansluiten?
+ Actualiteit (leefwereld)
+ Betrokkenheid
Ik kan aansluiten op dromen van de kinderen zelf, iedereen droomt wel eens en dit gebeurd ook in het liedje.
MATERIALEN
MATERIALEN
+ Wat moet ik klaarleggen, welke leermiddelen gebruik ik?
+ Op welke manier laat ik de materialen de lesinhoud ondersteunen.
+ Welke methoden, bronnen gebruik ik. (APA)?

Voor de kinderen leg ik niets klaar, zelf zorg ik dat ik het liedje voor me heb voor de tekst.
X

Ik gebruik het boek ‘Eigen-wijs’ voor het liedje.
LESOPBOUW

TIJD
-- Min
ACTIVITEIT
Wat doe ik? Wat doen de leerlingen?
Vorm
ISK
INLEIDING
+ Verwachtingen / doelen duidelijk maken

5 min
Ik begin met het vragen aan de kinderen of ze wel eens dromen, ik vraag een paar kinderen een droom te vertellen die ze zich herinneren. Dan vertel ik dat ik hen een liedje ga aanleren over een droom.

S
KERN
Houd rekening met:
LESSTOF
+ Welke informatie komt aan bod, in welke volgorde en aan wie?
+ Hoe maak ik de lesstof toegankelijk en overzichtelijk?
+ Welke vragen stel ik en aan wie?
+ Heb ik goed voor ogen wat ik met deze les wil bereiken?
+ Pendelen tussen leerstof, leerling en leefwereld.
WERKVORMEN
+ Welke werkvormen kies ik en voor wie?
+ Hoe zorg ik voor voldoende variatie in werkvormen?
BEGELEIDING
+ Welke positieve kenmerken zijn er en hoe speel ik daar op in?
+ Hoe speel ik in op onderwijsbehoeften?
+ Hoe cluster ik de kinderen in groepen.
+ Hoe stimuleer ik de motivatie van leerlingen?
+ Hoe geef ik feedback aan leerlingen?
GROEPS
MANAGEMENT
+ Wat kan ik al voorzien en hoe reageer ik daarop
+ Beurtverdeling
+ Pakken en opruimen materialen
+ Regels, afspraken


20 min

Ik zing het eerste couplet van het liedje ‘de droomboom’ eerst zelf een keer helemaal voor. Dan vraag ik aan de leerlingen of ze gehoord hebben wat er aan het hoogste takje van de boom hangt: een gebakje. Deze zin zing ik nog een keer en schrijf hem dan op het bord: Want aan het hoogste takje, daar groeit een klein gebakje. Daarna zing ik het liedje nog een keer zelf. Daarna vraag ik de zin die op het bord staat te zingen terwijl ik de rest zing. Dit herhaal ik zo nodig nog een keer. Daarna vraag ik de kinderen de laatste zin ook te zingen: Krak, boem naast m’n bed. Ik zing de melodie nog een keer voor. En dan weer het hele liedje, de kinderen zingen de zin: Want aan het hoogste takje, daar groeit een klein gebakje en ze zingen het laatste stukje. Daarna vraag ik de kinderen het refrein helemaal te zingen. Ik zing de eerste twee regels. Zij de derde, ik de vierde, en zij het refrein. Daarna vraag ik ze ook de vierde regel zelf te zingen. Ik zing de eerste twee regels en zij de rest. Waar nodig zing ik zelf mee voor ondersteuning. Als laatste vraag ik de kinderen ook de eerste twee regels te zingen. En dit herhaal ik tot ze het zelfstandig uit hun hoofd kunnen zingen.


S
KLAAR / NIET KLAAR
+ Wat kan een leerling doen als hij klaar / niet klaar is?





De les is klassikaal en de leerlingen hoeven niets in te leveren en zijn allemaal tegelijk klaar.








AFSLUITING
+ Hoe bespreek ik de les na?
+ Hoe controleer ik of leerlingen de doelen hebben bereikt?
+ Hoe evalueer ik de les met de leerlingen?
5 min
Ik vraag de kinderen of ze denken dat ze nu het liedje helemaal zelfstandig zouden kunnen zingen. Evt vraag ik iemand die het graag wil om het een keer te doen. Verder vraag ik welke zinnen lastig waren om te onthouden en of ze het een leuk liedje vonden om te leren.

OVERGANG
+ Hoe zorg ik voor een overgang naar de volgende les?

Iedereen blijft op zijn stoel zitten en er hoeft niets opgehaald te worden dus de overgang naar de volgende les is niet zo heel moeilijk.






Zie hier het door mijzelf ingezongen muziekfragment van het liedje 'de droomboom'.

Yeliz Yilmaz heeft feedback gegeven op mijn luisteropdracht:

Feedback van: Yeliz Yilmaz
Aan: Danelle Kroon
Over: LVF muziek
Je hebt een leuk liedje uitgekozen en je hebt de stappen goed uitgewerkt. Ook goed dat het aansluit bij de beleving van de kinderen, je vraagt ze naar hun dromen.
Wel denk ik dat je met de onderwijsbehoeften ''plezier'' en ''ontspanning'' meer had kunnen doen, zoals dat je ze rustig onderuit laat zakken op hun stoel en vraagt hun ogen te sluiten, bij het vertellen van hun droom. Dan komen ze een beetje tot rust en zijn ze mooi ontspannen voordat ze gaan zingen.
Het is goed dat je hun het liedje stapje voor stapje aanleert, zeker omdat ze het liedje nog niet kennen, is het belangrijk dat ze het goed onder de knie krijgen. Echter zullen er altijd kinderen zijn die iets sneller oppakken dan de andere kinderen, dus die zullen de tekst misschien na 1 keer meezingen al helemaal uit hun hoofd kennen. Wat doe je daar mee? Hoe reageer je er daar op? En hoe maak je het ook spannend voor de vlotte leerling?
Goed dat je op het eind vraagt of ze het liedje al helemaal uit hun hoofd kennen. Je geeft aan dat er ruimte is voor een leerling die het zelfstandig zou willen zingen. Misschien is het ook goed om de leerlingen erbij te betrekken die het wel zouden willen, maar niet durven of onzeker zijn. Dit kan je bijvoorbeeld doen door te vragen: wie zou het liedje willen zingen samen met een ander klasgenootje? Of met een groepje van 4?
Zo geef je die kinderen ook de kans, ondanks hun onzekerheid.
Je opbouw is in ieder geval erg duidelijk en de uitleg hoe je het de kinderen gaat aanleren, ook!

Als laatste heb ik feedback gegeven op de luisteropdracht voor muziek van Yeliz Yilmaz.

Je hebt niet helemaal het stappenplan uit 'Nieuw Geluid' gevolgd, wel zitten de meeste stappen erin. Je les zit inhoudelijk goed in elkaar, je geeft aan wat de kinderen moeten doen. Ik mis een beetje wat jij doet als juf. Begeleid jij ze bij het zingen? Laat je de kinderen het alleen leren? Welke stappen onderneem jij om ze het liedje aan te leren behalve het liedje te laten horen? Je omschrijft goed welke techniek je gebruikt, namelijk de meezingmethode. Ik mis een extra opdracht die je koppelt aan dit liedje, ook mis ik het coöperatief leren en een opening van de les. Maar de les zit wel duidelijk in elkaar, je hebt een leuk liedje uitgekozen en het is leuk dat er een dansje bij zit. Ook de uitleg van hoe je het liedje gaat aanleren is duidelijk. 

3 opmerkingen:

  1. Ik vond dat je de opdracht goed had uitgewerkt en alle aspecten van een luisteropdracht zaten erin. Als je leerlingen vragen stelt moet je zelf wel het antwoord erbij weten. Welke muziekinstrumenten hoorde je? Dit is een vraag die je stelde, maar het is handig dat je deze ook voor jezelf opschrijft. Daarnaast bestempel je meteen het muziekstuk met ‘saai’ terwijl je het zelf had uitgekozen. Misschien kan je het juist ‘leuk’ maken om de les zo te maken, dat jij het ook leuk zou vinden. Zo weet je ook of de leerlingen het leuk gaan vinden en niet saai. Daarnaast heb je heel goed de werkvormen uitgelegd alleen hoort creatief er niet ook bij? Ze maken toch een tekening? Tenslotte vond ik je opening heel erg leuk maar als je weet dat veel leerlingen de popmuziek leuk vind moet je wel goeie tegenargumenten betekenen voor de klassieke muziek. Als ik kijk naar het resultaat vind ik het goed uitgevoerd. Je hebt zelf de grafische partituur getekend en je hebt goed geluisterd naar de muziek. Daarnaast is de opbouw in je verhaal helder en duidelijk. Je hebt de stappen op chronologische wijze uitgevoerd. Ik hoop dat je deze les ook in de klas gaat uitvoeren.
    Feedback van : Maroesja Kool
    Aan: Danelle Kroon

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Feedback van: Yeliz Yilmaz
    Aan: Danelle Kroon
    Over: LVF muziek
    Je hebt een leuk liedje uitgekozen en je hebt de stappen goed uitgewerkt. Ook goed dat het aansluit bij de beleving van de kinderen, je vraagt ze naar hun dromen.
    Wel denk ik dat je met de onderwijsbehoeften ''plezier'' en ''ontspanning'' meer had kunnen doen, zoals dat je ze rustig onderuit laat zakken op hun stoel en vraagt hun ogen te sluiten, bij het vertellen van hun droom. Dan komen ze een beetje tot rust en zijn ze mooi ontspannen voordat ze gaan zingen.
    Het is goed dat je hun het liedje stapje voor stapje aanleert, zeker omdat ze het liedje nog niet kennen, is het belangrijk dat ze het goed onder de knie krijgen. Echter zullen er altijd kinderen zijn die iets sneller oppakken dan de andere kinderen, dus die zullen de tekst misschien na 1 keer meezingen al helemaal uit hun hoofd kennen. Wat doe je daar mee? Hoe reageer je er daar op? En hoe maak je het ook spannend voor de vlotte leerling?
    Goed dat je op het eind vraagt of ze het liedje al helemaal uit hun hoofd kennen. Je geeft aan dat er ruimte is voor een leerling die het zelfstandig zou willen zingen. Misschien is het ook goed om de leerlingen erbij te betrekken die het wel zouden willen, maar niet durven of onzeker zijn. Dit kan je bijvoorbeeld doen door te vragen: wie zou het liedje willen zingen samen met een ander klasgenootje? Of met een groepje van 4?
    Zo geef je die kinderen ook de kans, ondanks hun onzekerheid.
    Je opbouw is in ieder geval erg duidelijk en de uitleg hoe je het de kinderen gaat aanleren, ook!

    BeantwoordenVerwijderen